Ze hadden gedacht dat het een opluchting zou zijn als Viktorien eindelijk dood was. Haar drie dochters. Het manipulatieve kreng was er niet meer. Even leek het alsof de zon doorbrak. Alsof ergens een afzuigkap werd uitgezet die hun hele leven had aangestaan.
Maar vervolgens moest er van alles geregeld worden. De crematie. Bloemen. Kleding. Muziek - van Erik Satie. Familieleden - toch maar wel. En een gedicht.
Bovendien bleken ze, tot hun eigen schrik, meer op hun moeder te lijken dan hun lief was. Het feest wilde maar niet losbarsten. Misschien zat er zelfs ergens nog een beetje verdriet.
Teun Smits (Lof der Zotheid, Wereld van Wie) maakt een venijnige huiskamerkomedie over ouder worden, rouw, jaloezie en de wonderlijke erfenis die ouders in hun kind achterlaten.
Na de dood van hun moeder keren drie zussen terug naar het ouderlijk huis. Waar de veldslagen van hun jeugd nog nasmeulen in het tapijt. En ze ondanks alle zelfhulpboeken, life coaches en meditatieretraites terugvallen in oude patronen.
De muzikanten van Veenfabriek laten zich inspireren door de eigenzinnige muziek van Erik Satie en geven er een eigentijds antwoord op. Een zelfspelend klankschepsel van John van Oostrum (SUPERDRUM) vormt het decor: een beladen klankkast.



